|
|
|
|
INHOUDSTAFEL
INLEIDING
Duiveltjes en U8
5 x 5
Preminiemen en U9 / U10
8 x 8
Miniemen en U11 / U12 / U13
11 x 11
Vanaf de miniemen en U11 wordt
er bijgevolg opnieuw 11 x 11 gespeeld, ook al was dit een punt van intensieve
discussies, vooral wat betreft de eerstejaars miniemen.
Met sportieve groeten,
Michel Sablon
Regel 1: SPEELVELD
1.
Veldafmetingen
De wedstrijden worden gespeeld op door de KBVB erkende voetbalvelden ingericht voor deze wedstrijden of situeren zich op één vierde van een normaal terrein, in de lengterichting. 2. Doel ·
De breedte van het doel bedraagt 5 meter, de hoogte bedraagt 2 meter.
PREMINIEMEN en U9 – U101. Veldafmetingen ·
Het
doelgebied is een fictieve zone in een straal van 8 meter vanaf het midden van
het doel (aangegeven door markeringspunten op de zijlijn, zie figuur). ·
·
De breedte van het doel bedraagt 5 meter, de hoogte bedraagt 2 meter.
MINIEMEN
en U11 – U12 – U13
1.
Veldafmetingen ·
Het veld
moet rechthoekig zijn. De zijlijn moet langer zijn dan de doellijn.
·
De breedte van het doel of de afstand tussen de twee doelpalen bedraagt 7,32 meter. De hoogte of de afstand tussen de grond en de deklat bedraagt 2,44 meter.
Opmerking: Synthetische velden mogen gebruikt worden voor alle wedstrijden van duiveltjes, preminiemen, miniemen en U8 tot U13. Regel 2: BAL
·
Reglement
zie artikel V/27 – materiaal - punt3: BAL ·
De bezochte
ploeg zorgt voor reglementaire ballen en zorgt ervoor dat er voldoende ballen
aanwezig zijn om de wedstrijd af te werken.
|
![]() |
De
duur van de wedstrijd bedraagt tweemaal dertig minuten met een rust van 10
minuten.
Regel 8: BEGIN VAN HET SPEL
ALGEMEEN
· De aftrap wordt gegeven bij het begin van de wedstrijd, na een doelpunt en na de rust.
· Met een toss wordt beslist welke ploeg de aftrap geeft bij het begin van de wedstrijd.
· De bal wordt op de middenstip gelegd.
· Iedere speler/speelster staat op de eigen speelhelft.
· De bal moet voorwaarts bewegen na de aftrap.
· Diegene die de aftrap geeft mag de bal geen tweede keer raken vooraleer de bal door een andere speler/speelster is aangeraakt.
Bij de aanvang van elke speelhelft en na ieder doelpunt wordt de aftrap gegeven in het midden van het veld. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 9,15 meter staan.
2.
Na
elke andere tijdelijke spelonderbreking : scheidsrechterbal
·
De scheidsrechter laat de bal botsen op de plaats waar
het spel onderbroken werd.
· Raakt een speler/speelster de bal vooraleer deze de grond raakte, dan moet de scheidsrechter de bal opnieuw laten vallen.
1. De bal is uit het spel:
· als de bal de doellijn of de zijlijn volledig overschreden heeft, over de grond of in de lucht,
·
als de
scheidsrechter het spel heeft stilgelegd.
2. De bal is in het spel:
In alle andere gevallen is de bal in het spel, ook als:
· de bal terugkaatst van de doelpaal of hoekschopvlag,
· de bal terugkaatst van de scheidsrechter of assistent-scheidsrechter als deze zich op het veld bevinden.
![]() |

![]() |
De
buitenspelregel wordt niet toegepast.

De
buitenspelregel wordt toegepast.
·
Buitenspelpositie
Een speler/speelster bevindt zich in buitenspelpositie wanneer hij/zij dichter bij de doellijn van de tegenstrever staat dan de bal en de voorlaatste tegenstrevers/tegenstreefsters.
· Geen buitenspelpositie
Een
speler/speelster bevindt zich niet in buitenspelpositie wanneer:
-
hij/zij zich
op zijn/haar eigen speelhelft bevindt,
-
hij/zij
gelijk staat met de voorlaatste tegenstrever/tegenstreefster,
- hij/zij gelijk staat met de laatste 2 tegenstrevers/tegenstreefsters.
· Strafbare buitenspelpositie:
Een
speler/speelster wordt slechts voor zijn/haar buitenspelpositie bestraft
wanneer hij/zij op het moment dat de bal geraakt of gespeeld wordt door een
medespeler/medespeelster, naar het oordeel van de scheidsrechter, deze
speler/speelster actief bij het spel betrokken is door:
-
actief aan
het spel deel te nemen,
-
het spel van
de tegenstrever/tegenstreefster te beïnvloeden,
- werkelijk voordeel te halen uit zijn/haar buitenspelpositie.
· Niet-strafbare buitenspelpositie
Een
speler/speelster die zich in buitenspelpositie bevindt, wordt hiervoor niet
bestraft wanneer hij de bal rechtstreeks ontvangt uit een:
-
inworp,
-
hoekschop,
- doelschop.

Een
speler/speelster moet bestraft worden met het toekennen van een rechtstreekse
vrijschop aan de tegenstrever als hij/zij één van de volgende overtredingen
begaat op een wijze die door de scheidsrechter wordt beoordeeld als
onvoorzichtig, onbesuisd of als dit gepaard gaat met buitensporige inzet:
1. een tegenstrever/tegenstreefster trapt of probeert te trappen
2. een tegenstrever/tegenstreefster doet vallen
3. springt naar een tegenstrever/tegenstreefster
4. een tegenstrever/tegenstreefster aanvalt
5. een tegenstrever/tegenstreefster slaat of probeert te slaan
Dezelfde sanctie geldt als hij/zij één van de volgende overtredingen begaat:
6. een tackle uitvoert waarbij de tegenstrever/tegenstreefster eerder wordt geraakt dan de bal
7. een tegenstrever/tegenstreefster vasthoudt of bespuwt
8. de bal opzettelijk met de hand speelt (niet geldig voor de doelverdediger/doelverdedigster, als deze zich in zijn eigen strafschopgebied bevindt)
ONRECHTSTREEKSE VRIJSCHOP
Een speler/speelster moet worden bestraft met het toekennen van een indirecte vrijschop aan de tegenpartij indien hij/zij één van de volgende vijf overtredingen begaat:
1. speelt op een wijze die door de scheidsrechter gevaarlijk wordt geacht, bijvoorbeeld probeert de bal te trappen, indien deze in het bezit is van de doelverdediger/doelverdedigster
2. reglementair aanvalt (dat is met de schouder), indien de bal zich niet bevindt binnen het speelbereik van de betrokken speler/speelster
3.
een tegenstrever/tegenstreefster in diens loop
belemmert, terwijl hij/zij zelf de bal niet speelt
4.
de
doelverdediger/doelverdedigster aanvalt, behalve wanneer deze:
· de bal in zijn/haar handen heeft,
· een tegenstrever/tegenstreefster hindert,
·
zich buiten
zijn/haar doelgebied bevindt.
5. wanneer hij/zij als doelverdediger/doelverdedigster in zijn/haar eigen strafschopgebied:
a) vanaf het moment dat hij/zij de bal met de handen in bezit neemt, meer dan 6 seconden de bal vasthoudt, alvorens hem los te laten.
b) de bal weer met de handen aanraakt nadat hij deze in het spel heeft gebracht en zonder dat deze door een andere speler geraakt is,
c) de bal met de hand(en) aanraakt, in alle gevallen waarin een medespeler/medespeelster hem de bal doelbewust met de voet(en) terugspeelt of nadat hij/zij hem rechtstreeks ontvangen heeft uit een inworp van een medespeler/medespeelster,
d) tijd rekken,
e) een andere overtreding begaat waarvoor het spel wordt onderbroken om een speler/speelster te waarschuwen of van het speelveld te zenden.
Ook bij duiveltjes, preminiemen, miniemen en U8 tot U13 mag de doelverdediger/doelverdedigster de bal die een medespeler/medespeelster hem/haar vrijwillig toe trapt niet met de hand spelen.
Alle vrijschoppen zijn onrechtstreekse vrijschoppen. Bij een vrijschop moeten de tegenstrevers minstens op 8 meter van de bal staan. Wanneer een fout begaan wordt op minder dan 8 meter van het doel, wordt de vrijschop genomen op 8 meter van de doellijn.
De vrijschoppen worden opgelegd en uitgevoerd volgens
de regels voorgeschreven door de International Board en de FIFA.
Er
zijn rechtstreekse en onrechtstreekse vrijschoppen.
Voor beide geldt dat:
· de bal moet stilliggen,
· en de speler/speelster die de vrije trap neemt, mag de bal geen tweede keer raken vooraleer de bal aangeraakt wordt door een andere speler/speelster.
Bij een rechtstreekse vrijschop kan rechtstreeks gescoord worden. Bij een onrechtstreekse vrijschop houdt de scheidsrechter zijn arm boven het hoofd en kan er niet rechtstreeks gescoord worden.
Bij een onrechtstreekse vrijschop moet de bal door minstens één andere speler/ speelster (van de eigen ploeg of de tegenpartij) aangeraakt zijn, vooraleer een geldig doelpunt kan gescoord worden.
Vrijschop
binnen het strafschopgebied (voor de verdedigende ploeg):
·
De
tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 9,15 meter van de bal staan.
· Alle tegenstrevers/tegenstreefsters moeten buiten het strafschopgebied blijven.
Vrijschop buiten het strafschopgebied:
·
De vrije
trap wordt genomen van de plaats waar de overtreding gebeurde.
·
Bij een
vrijschop staan alle tegenstrever/tegenstreefsters op minstens 9,15 meter van
de bal.
·
De bal is in
het spel als de bal getrapt is en deze beweegt.
Deze
regel wordt toegepast (strafschoppunt op 11m).
-
De bal wordt op het strafschoppunt gelegd.
-
De
speler/speelster die de strafschop neemt maakt zich kenbaar.
-
De
verdedigende doelman blijft op zijn doellijn, tussen de twee doelpalen,
aangezicht naar de strafschopnemer, tot de bal getrapt wordt.
-
Positie van
de andere spelers/speelsters:
q
binnen het
speelveld,
q
buiten het
strafschopgebied,
q
achter het
strafschoppunt,
q ten minste 9,15 meter van het strafschoppunt.
- Hij/zij mag de bal geen tweede keer spelen tot deze door een andere speler/speelster aangeraakt is.
-
De bal is
terug in het spel als deze getrapt wordt en voorwaarts beweegt.
Regel 15: INWORP
DUIVELTJES,
PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13
Voor
de inworp bij duiveltjes, preminiemen, miniemen en U8 tot U13 geldt de
reglementaire uitvoering.
De inworp is een manier om het spel te hervatten.
· Een inworp wordt toegekend als de bal de zijlijn volledig overschreden heeft, over de grond of in de lucht.
· De inworp wordt gegeven vanaf de plaats waar de bal de zijlijn overschreden heeft.
· De bal gaat naar de tegenpartij van de speler/speelster die de bal het laatst raakte.
· Met een inworp kan je niet rechtstreeks een doelpunt scoren.
Technische uitvoering:
Op het moment dat de bal in het spel gebracht wordt,
moet de uitvoerder:
-
met het aangezicht naar het veld staan,

-
met een deel van elke voet op of achter de zijlijn
staan,
-
beide handen gebruiken,
-
de bal inwerpen van achter het hoofd,
- de uitvoerder mag de bal, na de inworp, niet raken voordat deze door een andere speler/speelster aangeraakt is,
-
de bal is in het spel onmiddellijk nadat deze in het
speelveld is gekomen.
Regel
16: DOELSCHOP
De
doelschop gebeurt volgens de spelregels vanuit het fictieve doelgebied.
De
doelschop gebeurt volgens de spelregels.
ALGEMEEN
De doelschop is een manier om het spel te hernemen.
Een doelschop wordt toegekend wanneer de bal het laatst aangeraakt werd door een speler/speelster van het aanvallende team, de doellijn volledig overschreden heeft, hetzij over de grond of in de lucht en wanneer geen doelpunt gescoord werd.
· De doelschop wordt getrapt door een speler/speelster van het verdedigende team vanaf om het even welke plaats binnen het doelgebied.
· De bal is in het spel als deze rechtstreeks getrapt wordt tot buiten het strafschopgebied.
· Tegenstanders staan buiten het (fictieve) strafschopgebied tot de bal in het spel is.
· De speler/speelster die de doelschop geeft, mag de bal geen tweede keer raken, vooraleer de bal aangeraakt werd door een andere speler.
De hoekschop is een manier om het spel te hernemen.
Met een hoekschop kan rechtstreeks gescoord worden.
Toekenning:
Een
hoekschop wordt toegekend als de bal, laatst aangeraakt door een
speler/speelster van het verdedigende team, de doellijn volledig overschreden
heeft, over de grond of in de lucht en als geen doelpunt gescoord werd of als
een speler een vrije trap in eigen doel trapt.

![]() |
De hoekschop wordt getrapt vanop de doellijn vanop een afstand van 13 meter van de doelpaal. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 8 meter van de bal staan.

De hoekschop wordt getrapt vanaf het hoekpunt van het strafschopgebied op de doellijn. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 9,15 meter van de bal staan.
![]() |
BESLUIT
Ook is in tabelvorm een overzicht gemaakt van alle spelregels in de verschillende wedstrijdvormen.
Bij het aanleren van de verschillende voetbalvaardigheden dient bijzondere aandacht besteed te worden zowel aan de aanleermethode (eerder speelmomenten, dan trainingen) als aan de wijze waarop de kinderen gecoacht worden (pedagogisch verantwoord, geen scheldpartijen). Dit kan enkel op een kwalitatieve manier gebeuren wanneer dit uitgevoerd wordt door hiervoor gevormde jeugdopleiders die het belang van de aanleermethoden en van de speelse sfeer rond jeugdopleiding in de juiste mate kunnen inschatten en toepassen.
![]() |
|
Regel |
Afdeling
3,4 en Provinciale
|
DUIVELTJES
(1998-1997) |
PREMINIEMEN
(1996-1995) |
MINIEMEN
(1994-1993) |
|
|
Profliga en 2de
afdeling |
U8 (1998) |
U9 (1997) –
U10 (1996) |
U11 (1995) –
U12 (1994) – U13 (1993) |
|
1 |
Speelveld: Lengte |
35m |
Breedte van het terrein, of 50 tot 55m |
Min. 90 tot max. 120m |
|
|
Breedte |
25m |
Middenlijn tot doelgebied of 45 tot 50m |
Min. 45 tot max. 90m |
|
|
Doel |
5 x 2m |
5 x 2m |
7,32 x 2,44m |
|
2 |
Bal |
Nr. 3 |
Nr. 4 |
Nr. 4 |
|
3 |
Aantal spelers |
5 tegen 5 |
8 tegen 8 |
11 tegen 11 |
|
|
Vervangingen |
Max. 4 vervangingen |
Max. 4 vervangingen |
Max. 4 vervangingen |
|
|
|
Doorlopende wissels |
Doorlopende wissels |
Doorlopende wissels |
|
|
Gele kaarten |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Na 2 gele kaarten uitsluiting |
|
|
|
|
|
Geen vervanging |
|
|
|
|
|
Administratieve schorsing |
|
4 |
Uitrusting : schoeisel |
Multistuds of sportpantoffels |
Multistuds of sportpantoffels |
Losse studs toegelaten, behalve voor U11 |
|
7 |
Duur |
2 x 25 min. |
2 x 25 min. |
2 x 30 min. |
|
|
Rust |
1 x 10 min. |
1 x 10 min. |
1 x 10 min. |
|
11 |
Buitenspel |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Van toepassing |
|
12 |
Terugspeelbal |
Van toepassing |
Van toepassing |
Van toepassing |
|
13 |
Vrijschop |
Onrechtstreeks |
Onrechtstreeks |
Toepassing normale reglement |
|
|
Afstand tegenstrever |
8m |
8m |
9,15m |
|
14 |
Strafschop |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Van toepassing op 11m |
|
15 |
Inworp |
Toepassing normale reglement |
Toepassing normale reglement |
Toepassing normale reglement |
|
16 |
Doelschop |
Vanuit fictieve doelgebied |
Vanuit fictieve doelgebied |
Toepassing normale reglement |
|
17 |
Hoekschop |
Hoekpunt doellijn – zijlijn (10m) |
Vanop 13m |
Hoekpunt doellijn – strafschopgebied (16.5m) |