Spelregels

Home
Up

 

 

 

 

INHOUDSTAFEL

 INLEIDING
Regel 1:Speelveld
Regel 2:Bal
Regel 3:Aantalspelers
Regel 4:Uitrusting van de Spelers
Regel 5:Scheidsrechter
Regel 6: Assistent-scheidsrechter
Regel 7:Duur – rust
Regel 8:Begin van het spel
Regel 9:Bal in en uit het spel
Regel 10:Scoren van een doelpunt
Regel 11:Buitenspel
Regel 12:Overtredingen en onbehoorlijk gedrag
Regel 13:Vrijschoppen
Regel 14:Strafschop
Regel 15:Inworp
Regel 16:Doelschop
Regel 17:Hoekschop

INLEIDING

Tijdens de algemene vergadering van 30 juni 2001 werd beslist de competitieformule van de duiveltjes, preminiemen en miniemen te wijzigen. Gelijktijdig werd een project opgestart dat een analyse moest maken van de verschillende wedstrijdvormen in de leeftijdscategorieën duiveltjes, preminiemen en miniemen.
De voornaamste doelstelling van dit project was progressief opgebouwde wedstrijdvormen vast te leggen voor de verschillende jeugdcategorieën die elk aangepast zijn aan de onderscheiden ontwikkelingsfasen van het kind.
Daarenboven was een vereenvoudiging van de spelvormen en de uniformisering van de spelregels absoluut noodzakelijk, om klaarheid te scheppen voor spelertjes, clubs, trainers, scheidsrechters, ouders, etc.
Naast de wetenschappelijke analyse, uitgevoerd door Prof. W. Helsen (KUL) en Prof. Th. Marique (UCL), werden de conclusies voor de keuze van spelvormen, na een gedetailleerd onderzoek van de technisch-tactische, de fysieke en de organisatorische componenten, afgerond en zijn de aanbevolen spelvormen:

                        Duiveltjes en U8                      5 x 5

                        Preminiemen en U9 / U10            8 x 8

                        Miniemen en U11 / U12 / U13      11 x 11

Vanaf de miniemen en U11 wordt er bijgevolg opnieuw 11 x 11 gespeeld, ook al was dit een punt van intensieve discussies, vooral wat betreft de eerstejaars miniemen.
Deze brochure heeft hoofdzakelijk tot doel de spelregels in de verschillende wedstrijdvormen op een eenvoudige en overzichtelijke manier voor te stellen.
De volledige reglementsteksten zijn beschikbaar op de website van de KBVB (www.footbel.com) of in het FIFA-reglementenboek.
Zoals afgesproken met de clubs zullen deze spelregels vanaf het seizoen 2003/2004 (met aanpassing in 2005) in voege treden en voor een minimumperiode van 5 jaar geldig blijven.
Wij wensen U heel veel succes in de uitbouw van de jeugdopleiding in uw club en hopen met deze brochure een bijdrage te kunnen leveren om onze meisjes en jongens een kwaliteitsvolle opleiding in een kindvriendelijke en sportieve sfeer aan te bieden.  

                                              Met sportieve groeten,

                                                                                  Michel Sablon


 

Regel 1: SPEELVELD

 DUIVELTJES en U8  

1.      Veldafmetingen
·        
Het doelgebied is een fictieve zone in een straal van 8 meter vanaf het midden van het doel (aangegeven door markeringspunten op de zijlijn, zie figuur).
·        


De wedstrijden worden gespeeld op door de KBVB erkende voetbalvelden ingericht voor deze wedstrijden of situeren zich op één vierde van een normaal terrein, in de lengterichting.

2.    Doel

·        

De breedte van het doel bedraagt 5 meter, de hoogte bedraagt 2 meter.

Voor de veiligheid van de spelers moeten verplaatsbare doelen stevig in de grond verankerd worden.

PREMINIEMEN en U9 – U10

1.      Veldafmetingen

·         Het doelgebied is een fictieve zone in een straal van 8 meter vanaf het midden van het doel (aangegeven door markeringspunten op de zijlijn, zie figuur).

 

·        
De wedstrijden worden gespeeld op door de KBVB erkende voetbalvelden ingericht voor deze wedstrijden of situeren zich op de helft van een normaal terrein, in de breedterichting.

 2.    Doel  

·        

De breedte van het doel bedraagt 5 meter, de hoogte bedraagt 2 meter.

Voor de veiligheid van de spelers moeten verplaatsbare doelen stevig in de grond verankerd worden.

MINIEMEN en U11 – U12 – U13  

1.      Veldafmetingen  

·         Het veld moet rechthoekig zijn. De zijlijn moet langer zijn dan de doellijn.


2.    Doel  

·        

De breedte van het doel of de afstand tussen de twee doelpalen bedraagt 7,32 meter. De hoogte of de afstand tussen de grond en de deklat bedraagt 2,44 meter.

Voor de veiligheid van de spelers moeten verplaatsbare doelen stevig in de grond verankerd worden.  

Opmerking:

Synthetische velden mogen gebruikt worden voor alle wedstrijden van duiveltjes, preminiemen, miniemen en U8 tot U13.

Regel 2: BAL

 1.      Algemeen  

·         Reglement zie artikel V/27 – materiaal - punt3: BAL  

·         De bezochte ploeg zorgt voor reglementaire ballen en zorgt ervoor dat er voldoende ballen aanwezig zijn om de wedstrijd af te werken.  

 

DUIVELTJES en U8

 

Voor de wedstrijden van duiveltjes en U8 wordt bal nr. 3 gebruikt.

  

PREMINIEMEN, MINIEMEN EN U9 – U13

 

 

Voor de wedstrijden van preminiemen, miniemen en U9 – U13 wordt bal nr. 4 gebruikt.

Regel 3: AANTAL SPELERS

1.      Het aantal spelers  

DUIVELTJES en U8:

5 TEGEN 5

 

Een wedstrijd wordt gespeeld door twee ploegen van ieder maximum 5 spelers/ speelsters, waarvan één doelverdediger/ doelverdedigster.

 

 

Een wedstrijd mag niet gespeeld worden wanneer een ploeg zich aanmeldt met of herleid wordt tot minder dan vier spelers/ speelsters.

PREMINIEMEN en U9 - U10:

8 TEGEN 8

 

Een wedstrijd wordt gespeeld door twee ploegen van ieder maximum 8 spelers/ speelsters, waarvan één doelverdediger/ doelverdedigster.

 

 

Een wedstrijd mag niet gespeeld worden wanneer een ploeg zich aanmeldt met of herleid wordt tot minder dan zes spelers/speelsters.  

MINIEMEN en U11 – U12 – U13:

11 tegen 11

 

Een wedstrijd wordt gespeeld door twee ploegen van ieder maximum 11 spelers/speelsters, waarvan één doelverdediger/doelverdedigster.

 
 

Een wedstrijd mag niet gespeeld worden wanneer een ploeg zich aanmeldt met of herleid wordt tot minder dan zeven spelers/ speelsters.  

2.    Vervangingen  

DUIVELTJES, PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13
Maximum vier vervangers/vervangsters mogen ingeschreven worden op het scheidsrechtersblad en opgesteld worden. Een vervangen speler/speelster mag opnieuw aan het spel deelnemen.
De spelers (speelsters) of vervangers (vervangsters) mogen niet veranderen van ploeg, wanneer meerdere wedstrijden gelijktijdig worden gespeeld.

Regel 4: UITRUSTING VAN DE SPELERS

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13  

1.      Veiligheid:
Een speler/speelster mag geen uitrusting of attributen dragen die gevaarlijk kunnen zijn voor zichzelf of andere spelers, inclusief juwelen.

 

 

 

2.    Basisuitrusting:  
·         Voetbalshirt met mouwen (korte of lange)
·        
Short
·        
Voetbalkousen
·        
Beenbeschermers
·        
Voetbalschoenen:   multistuds of sportpantoffels. Voor duiveltjes, preminiemen,                                                   en U8 tot en met U11 zijn losse studs verboden.

3.    Doelverdediger/doelverdedigster:
·        
De doelverdediger/doelverdedigster maakt zich kenbaar met kleuren die verschillend zijn van deze van mede- en tegenspelers en deze van de scheidsrechter.

Regel 5: SCHEIDSRECHTER

 1.      De scheidsrechter  

Zonder scheidsrechter geen voetbal! Er moet iemand zijn die de wedstrijd in goede banen leidt, zelfs al is het een vrijwilliger.

Wanneer de scheidsrechter het veld betreedt voor de wedstrijd heeft hij/zij recht van beslissing. Twee soorten straffen kunnen uitgedeeld worden: spelstraffen (vrijschop, strafschop) en persoonlijke straffen (vermaning – waarschuwing – verwijdering).

De voornaamste taken van de scheidsrechter zijn:

·         beoordelen wat op het veld gebeurt en beslissingen nemen ten aanzien van fairplay,

·         zorgen dat tijdens de wedstrijd niemand het veld ten onrechte betreedt,

·         tijdswaarneming, dus zorgen dat de wedstrijd gespeeld wordt over de reglementaire duur,

·         niet altijd een overtreding fluiten, soms voordeel geven aan de ploeg waartegen een overtreding gemaakt werd.

2.    Gele en rode kaarten  

Vanaf het seizoen 2003-2004 is de reglementering betreffende de gele en rode kaarten identiek voor alle jeugdploegen, uitgezonderd voor duiveltjes, preminiemen en U8 – U9 – U10.

 

   

DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

De toekenning van gele kaarten is niet van toepassing.

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

Een speler (speelster) die een gele kaart krijgt, mag verder aan het spel deelnemen. In geval hij (zij) een tweede gele kaart krijgt, wordt hij (zij) uitgesloten. Deze uitsluiting heeft een administratieve schorsing tot gevolg.

Na een tweede gele kaart of direct een rode kaart wordt deze speler/speelster uitgesloten en mag niet vervangen worden.

Ter verduidelijking volgt de volledige tekst van het reglement (AV 30/06/03):  

·         Een uitsluiting als gevolg van twee gele kaarten in dezelfde wedstrijd heeft een administratieve schorsing van één speeldag tot gevolg die betrekking heeft op de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd af te werken door de ploeg waarin de speler optrad op het ogenblik van de bestrafte feiten.

·         Wanneer deze wedstrijd afgelast wordt, om welke reden ook, wordt de schorsing automatisch overgedragen naar de eerste wedstrijd van het kampioenschap die de ploeg speelt.

·         De schorsing belet de speler op de betrokken datum te spelen in om het even welke ploeg van zijn club.

·         De publicatie van de sanctie verschijnt achteraf, elke club dient over zijn eigen belangen te waken.  

 

·         Uitzondering:

Een geschorste speler/speelster wordt beschouwd alsof zij hun straf ondergaan hebben, wanneer een wedstrijd:  

q       niet plaats heeft ingevolge afwezigheid van de ene of andere ploeg,

 q       stopgezet wordt,  

q       moet herspeeld worden bij beslissing van de bevoegde bondsinstantie, alhoewel hij de normale duur had.

Regel 6: ASSISTENT-SCHEIDSRECHTER

 De assistent-scheidsrechter is een assistent van de scheidsrechter.

De voornaamste taken van de assistent-scheidsrechter zijn:  

·         aangeven welke partij moet inwerpen,

·         doelschop of hoekschop aangeven,

·         strafbaar buitenspel aangeven,

·         taak bij het inzetten van wisselspelers.

Opmerking:

De scheidsrechter is niet verplicht op het vlagsignaal van een assistent-scheidsrechter in te gaan. Het is de scheidsrechter alleen die de beslissing neemt. Het is daarom niet nodig om reeds met spelen te stoppen wanneer de assistent-scheidsrechter vlagt.  

DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10  

Bij duiveltjes, preminiemen en U8 - U9 – U10 wordt de assistent-scheidsrechter niet ingezet.

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

Vanaf U11 – U12 – U13 kan er in 1ste afdeling in bepaalde gevallen en omstandigheden een assistent-scheidsrechter ingezet worden.

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10  

De duur van de wedstrijd bedraagt tweemaal vijfentwintig minuten met een rust van 10 minuten.

 



MINIEMEN en U11 – U12 – U13
 

De duur van de wedstrijd bedraagt tweemaal dertig minuten met een rust van 10 minuten.



Regel 8: BEGIN VAN HET SPEL

 1.      Aftrap

ALGEMEEN

·         De aftrap wordt gegeven bij het begin van de wedstrijd, na een doelpunt en na de rust.

·         Met een toss wordt beslist welke ploeg de aftrap geeft bij het begin van de wedstrijd.

·         De bal wordt op de middenstip gelegd.

·         Iedere speler/speelster staat op de eigen speelhelft.

·         De bal moet voorwaarts bewegen na de aftrap.

·         Diegene die de aftrap geeft mag de bal geen tweede keer raken vooraleer de bal door een andere speler/speelster is aangeraakt.

DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

Bij de aanvang van elke speelhelft en na ieder doelpunt wordt de aftrap gegeven in het midden van het veld. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 8 meter staan.


MINIEMEN en U11 – U12 – U13

Bij de aanvang van elke speelhelft en na ieder doelpunt wordt de aftrap gegeven in het midden van het veld. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 9,15 meter staan.

2.    Na elke andere tijdelijke spelonderbreking : scheidsrechterbal

·         De scheidsrechter laat de bal botsen op de plaats waar het spel onderbroken werd.

·         Raakt een speler/speelster de bal vooraleer deze de grond raakte, dan moet de scheidsrechter de bal opnieuw laten vallen.

 

 

Regel 9: BAL IN EN UIT HET SPEL

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13

1.      De bal is uit het spel:

·         als de bal de doellijn of de zijlijn volledig overschreden heeft, over de grond of in de lucht,

·         als de scheidsrechter het spel heeft stilgelegd.  

2.    De bal is in het spel:

In alle andere gevallen is de bal in het spel, ook als:

·         de bal terugkaatst van de doelpaal of hoekschopvlag,

·         de bal terugkaatst van de scheidsrechter of assistent-scheidsrechter als deze zich op het veld bevinden.


Regel 10: SCOREN VAN EEN DOELPUNT

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13  


Een doelpunt wordt gescoord als de bal de doellijn volledig overschreden heeft, tussen de doelpalen en de dwarslat, op voorwaarde dat hierbij geen overtreding van de andere spelregels begaan werd door het team dat het doelpunt scoorde.

Regel 11: BUITENSPEL

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

De buitenspelregel wordt niet toegepast.  

 

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

 

De buitenspelregel wordt toegepast.

 

 

·         Buitenspelpositie  

Een speler/speelster bevindt zich in buitenspelpositie wanneer hij/zij dichter bij de doellijn van de tegenstrever staat dan de bal en de voorlaatste tegenstrevers/tegenstreefsters.

·         Geen buitenspelpositie

Een speler/speelster bevindt zich niet in buitenspelpositie wanneer:

-         hij/zij zich op zijn/haar eigen speelhelft bevindt,

-         hij/zij gelijk staat met de voorlaatste tegenstrever/tegenstreefster,

-         hij/zij gelijk staat met de laatste 2 tegenstrevers/tegenstreefsters.

·         Strafbare buitenspelpositie:

Een speler/speelster wordt slechts voor zijn/haar buitenspelpositie bestraft wanneer hij/zij op het moment dat de bal geraakt of gespeeld wordt door een medespeler/medespeelster, naar het oordeel van de scheidsrechter, deze speler/speelster actief bij het spel betrokken is door:

-         actief aan het spel deel te nemen,

-         het spel van de tegenstrever/tegenstreefster te beïnvloeden,

-         werkelijk voordeel te halen uit zijn/haar buitenspelpositie.

·         Niet-strafbare buitenspelpositie

Een speler/speelster die zich in buitenspelpositie bevindt, wordt hiervoor niet bestraft wanneer hij de bal rechtstreeks ontvangt uit een:

-         inworp,

-         hoekschop,

-         doelschop.

Regel 12: OVERTREDINGEN EN ONBEHOORLIJK GEDRAG

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

Alle vrijschoppen zijn onrechtstreekse vrijschoppen. Bij een vrijschop moeten de tegenstrevers/tegenstreefsters minstens op 8 meter van de bal staan. Wanneer een fout begaan werd op minder dan 8 meter van het doel, wordt de vrijschop genomen op 8 meter van de doellijn.  

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

RECHTSTREEKSE VRIJSCHOP

Een speler/speelster moet bestraft worden met het toekennen van een rechtstreekse vrijschop aan de tegenstrever als hij/zij één van de volgende overtredingen begaat op een wijze die door de scheidsrechter wordt beoordeeld als onvoorzichtig, onbesuisd of als dit gepaard gaat met buitensporige inzet:

 

1.       een tegenstrever/tegenstreefster trapt of probeert te trappen

2.      een tegenstrever/tegenstreefster doet vallen

3.      springt naar een tegenstrever/tegenstreefster

4.      een tegenstrever/tegenstreefster aanvalt

5.      een tegenstrever/tegenstreefster slaat of probeert te slaan

Dezelfde sanctie geldt als hij/zij één van de volgende overtredingen begaat:

6.      een tackle uitvoert waarbij de tegenstrever/tegenstreefster eerder wordt geraakt dan de bal

7.      een tegenstrever/tegenstreefster vasthoudt of bespuwt

8.      de bal opzettelijk met de hand speelt (niet geldig voor de doelverdediger/doelverdedigster, als deze zich in zijn eigen strafschopgebied bevindt)

ONRECHTSTREEKSE VRIJSCHOP

Een speler/speelster moet worden bestraft met het toekennen van een indirecte vrijschop aan de tegenpartij indien hij/zij één van de volgende vijf overtredingen begaat:

1.        speelt op een wijze die door de scheidsrechter gevaarlijk wordt geacht, bijvoorbeeld probeert de bal te trappen, indien deze in het bezit is van de doelverdediger/doelverdedigster

2.       reglementair aanvalt (dat is met de schouder), indien de bal zich niet bevindt binnen het speelbereik van de betrokken speler/speelster

3.       een tegenstrever/tegenstreefster in diens loop belemmert, terwijl hij/zij zelf de bal niet speelt

 

 

4.       de doelverdediger/doelverdedigster aanvalt, behalve wanneer deze:

 ·         de bal in zijn/haar handen heeft,

·         een tegenstrever/tegenstreefster hindert,

·         zich buiten zijn/haar doelgebied bevindt.  

5.       wanneer hij/zij als doelverdediger/doelverdedigster in zijn/haar eigen strafschopgebied:

a)      vanaf het moment dat hij/zij de bal met de handen in bezit neemt, meer dan 6 seconden de bal vasthoudt, alvorens hem los te laten.

b)      de bal weer met de handen aanraakt nadat hij deze in het spel heeft gebracht en zonder dat deze door een andere speler geraakt is,

c)      de bal met de hand(en) aanraakt, in alle gevallen waarin een medespeler/medespeelster hem de bal doelbewust met de voet(en) terugspeelt of nadat hij/zij hem rechtstreeks ontvangen heeft uit een inworp van een medespeler/medespeelster,

d)      tijd rekken,

e)      een andere overtreding begaat waarvoor het spel wordt onderbroken om een speler/speelster te waarschuwen of van het speelveld te zenden.

OPMERKING  

DUIVELTJES, PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13

Ook bij duiveltjes, preminiemen, miniemen en U8 tot U13 mag de doelverdediger/doelverdedigster de bal die een medespeler/medespeelster hem/haar vrijwillig toe trapt niet met de hand spelen.

Regel 13: VRIJSCHOPPEN

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

Alle vrijschoppen zijn onrechtstreekse vrijschoppen. Bij een vrijschop moeten de tegenstrevers minstens op 8 meter van de bal staan. Wanneer een fout begaan wordt op minder dan 8 meter van het doel, wordt de vrijschop genomen op 8 meter van de doellijn.

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

De vrijschoppen worden opgelegd en uitgevoerd volgens de regels voorgeschreven door de International Board en de FIFA.

Er zijn rechtstreekse en onrechtstreekse vrijschoppen.

 

Voor beide geldt dat:

·         de bal moet stilliggen,

·         en de speler/speelster die de vrije trap neemt, mag de bal geen tweede keer raken vooraleer de bal aangeraakt wordt door een andere speler/speelster.

Bij een rechtstreekse vrijschop kan rechtstreeks gescoord worden. Bij een onrechtstreekse vrijschop houdt de scheidsrechter zijn arm boven het hoofd en kan er niet rechtstreeks gescoord worden.

Bij een onrechtstreekse vrijschop moet de bal door minstens één andere speler/ speelster (van de eigen ploeg of de tegenpartij) aangeraakt zijn, vooraleer een geldig doelpunt kan gescoord worden.

Vrijschop binnen het strafschopgebied (voor de verdedigende ploeg):  

·         De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 9,15 meter van de bal staan.

·         Alle tegenstrevers/tegenstreefsters moeten buiten het strafschopgebied blijven.

Vrijschop buiten het strafschopgebied:

·         De vrije trap wordt genomen van de plaats waar de overtreding gebeurde.

·         Bij een vrijschop staan alle tegenstrever/tegenstreefsters op minstens 9,15 meter van de bal.

·         De bal is in het spel als de bal getrapt is en deze beweegt.

Regel 14: STRAFSCHOP

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

 Deze regel is niet van toepassing.  

MINIEMEN en U11 – U12 – U13  

Deze regel wordt toegepast (strafschoppunt op 11m).  

ALGEMEEN  

Toekenning:  

Een strafschop wordt toegekend als een overtreding begaan werd, waarvoor een rechtstreekse vrijschop gegeven zou worden. Dit op voorwaarde dat de overtreding plaats vond binnen het strafschopgebied van de tegenstrever en op voorwaarde dat de bal in het spel is.  

Positie van de bal en de spelers/speelsters:  

-         De bal wordt op het strafschoppunt gelegd.

-         De speler/speelster die de strafschop neemt maakt zich kenbaar.

-         De verdedigende doelman blijft op zijn doellijn, tussen de twee doelpalen, aangezicht naar de strafschopnemer, tot de bal getrapt wordt.

-         Positie van de andere spelers/speelsters:

q       binnen het speelveld,

q       buiten het strafschopgebied,

q       achter het strafschoppunt,

q       ten minste 9,15 meter van het strafschoppunt.

Procedure:

 -        De speler/speelster die de strafschop neemt trapt de bal voorwaarts.

-        Hij/zij mag de bal geen tweede keer spelen tot deze door een andere speler/speelster aangeraakt is.

-        De bal is terug in het spel als deze getrapt wordt en voorwaarts beweegt.

Regel 15: INWORP

DUIVELTJES, PREMINIEMEN, MINIEMEN en U8 tot U13  

Voor de inworp bij duiveltjes, preminiemen, miniemen en U8 tot U13 geldt de reglementaire uitvoering.  

De inworp is een manier om het spel te hervatten.

·         Een inworp wordt toegekend als de bal de zijlijn volledig overschreden heeft, over de grond of in de lucht.

·         De inworp wordt gegeven vanaf de plaats waar de bal de zijlijn overschreden heeft.

·         De bal gaat naar de tegenpartij van de speler/speelster die de bal het laatst raakte.

·         Met een inworp kan je niet rechtstreeks een doelpunt scoren.

Technische uitvoering:

Op het moment dat de bal in het spel gebracht wordt, moet de uitvoerder:

-        met het aangezicht naar het veld staan,

-        met een deel van elke voet op of achter de zijlijn staan,  

-        beide handen gebruiken,  

-        de bal inwerpen van achter het hoofd,  

-        de  uitvoerder mag de bal, na de inworp, niet raken voordat deze door een andere speler/speelster aangeraakt is,

-        de bal is in het spel onmiddellijk nadat deze in het speelveld is gekomen.


Regel 16: DOELSCHOP

 DUIVELTJES, PREMINIEMEN en U8 – U9 – U10

De doelschop gebeurt volgens de spelregels vanuit het fictieve doelgebied.  

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

De doelschop gebeurt volgens de spelregels.  

ALGEMEEN

De doelschop is een manier om het spel te hernemen.

Toekenning:

Een doelschop wordt toegekend wanneer de bal het laatst aangeraakt werd door een speler/speelster van het aanvallende team, de doellijn volledig overschreden heeft, hetzij over de grond of in de lucht en wanneer geen doelpunt gescoord werd.

Procedure:  

·         De doelschop wordt getrapt door een speler/speelster van het verdedigende team vanaf om het even welke plaats binnen het doelgebied.

·         De bal is in het spel als deze rechtstreeks getrapt wordt tot buiten het strafschopgebied.

·         Tegenstanders staan buiten het (fictieve) strafschopgebied tot de bal in het spel is.

·         De speler/speelster die de doelschop geeft, mag de bal geen tweede keer raken, vooraleer de bal aangeraakt werd door een andere speler.

Regel 17: HOEKSCHOP

 ALGEMEEN

De hoekschop is een manier om het spel te hernemen.

Met een hoekschop kan rechtstreeks  gescoord worden.

Toekenning:

Een hoekschop wordt toegekend als de bal, laatst aangeraakt door een speler/speelster van het verdedigende team, de doellijn volledig overschreden heeft, over de grond of in de lucht en als geen doelpunt gescoord werd of als een speler een vrije trap in eigen doel trapt.

 

 

 

 

 

 

 

DUIVELTJES en U8

De hoekschop wordt getrapt vanop de doellijn vanop een afstand van 10 meter van de doelpaal. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 8 meter van de bal staan.



PREMINIEMEN en U9 – U10

De hoekschop wordt getrapt vanop de doellijn vanop een afstand van 13 meter van de doelpaal. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 8 meter van de bal staan.

 

 

 

 

MINIEMEN en U11 – U12 – U13

De hoekschop wordt getrapt vanaf het hoekpunt van het strafschopgebied op de doellijn. De tegenstrevers/tegenstreefsters moeten minstens op 9,15 meter van de bal staan.



BESLUIT

 Naast de vereenvoudigde vorm van de voorstelling van de 17 voetbalspelregels, is, als samenvatting, de progressieve overgang van de verschillende wedstrijdvormen weergegeven, zodat duidelijk wordt dat er voor de kinderen een herkenbare vooruitgang zit in de overgang van 5 x 5 (enkele ruit) naar de 8 x 8 (dubbele ruit) en een uitbreiding van de dubbele ruit naar een aanvallend gerichte 4-3-3 formatie. Volledigheidshalve dient vermeld te worden dat in het betaald voetbal (Profliga en 2de afdeling) de preminiemen en miniemen één jaar vroeger respectievelijk 8 tegen 8 en 11 tegen 11 spelen (zie overzichtstabel p. 30)

Ook is in tabelvorm een overzicht gemaakt van alle spelregels in de verschillende wedstrijdvormen.

Bij het aanleren van de verschillende voetbalvaardigheden dient bijzondere aandacht besteed te worden zowel aan de aanleermethode (eerder speelmomenten, dan trainingen) als aan de wijze waarop de kinderen gecoacht worden (pedagogisch verantwoord, geen scheldpartijen). Dit kan enkel op een kwalitatieve manier gebeuren wanneer dit uitgevoerd wordt door hiervoor gevormde jeugdopleiders die het belang van de aanleermethoden en van de speelse sfeer rond jeugdopleiding in de juiste mate kunnen inschatten en toepassen.

­         ­         ­         ­


 


SPELREGELS (vanaf seizoen 2003-2004)

 

Regel

Afdeling 3,4 en Provinciale

DUIVELTJES (1998-1997)

PREMINIEMEN (1996-1995)

MINIEMEN (1994-1993)

 

Profliga en 2de afdeling

U8 (1998)

U9 (1997) – U10 (1996)

U11 (1995) – U12 (1994) – U13 (1993)

1

Speelveld:  Lengte

35m

Breedte van het terrein, of 50 tot 55m

Min. 90 tot max. 120m

 

                 Breedte

25m

Middenlijn tot doelgebied of 45 tot 50m

Min. 45 tot max. 90m

 

Doel

5 x 2m

5 x 2m

7,32 x 2,44m

2

Bal

Nr. 3

Nr. 4

Nr. 4

3

Aantal spelers

5 tegen 5

8 tegen 8

11 tegen 11

 

Vervangingen

Max. 4 vervangingen

Max. 4 vervangingen

Max. 4 vervangingen

 

 

Doorlopende wissels

Doorlopende wissels

Doorlopende wissels

 

Gele kaarten

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Na 2 gele kaarten uitsluiting

 

 

 

 

Geen vervanging

 

 

 

 

Administratieve schorsing

4

Uitrusting : schoeisel

Multistuds of sportpantoffels

Multistuds of sportpantoffels

Losse studs toegelaten, behalve voor U11

7

Duur

2 x 25 min.

2 x 25 min.

2 x 30 min.

 

Rust

1 x 10 min.

1 x 10 min.

1 x 10 min.

11

Buitenspel

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Van toepassing

12

Terugspeelbal

Van toepassing

Van toepassing

Van toepassing

13

Vrijschop

Onrechtstreeks

Onrechtstreeks

Toepassing normale reglement

 

Afstand tegenstrever

8m

8m

9,15m

14

Strafschop

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Van toepassing op 11m

15

Inworp

Toepassing normale reglement

Toepassing normale reglement

Toepassing normale reglement

16

Doelschop

Vanuit fictieve doelgebied

Vanuit fictieve doelgebied

Toepassing normale reglement

17

Hoekschop

Hoekpunt doellijn – zijlijn (10m)

Vanop 13m

Hoekpunt doellijn – strafschopgebied (16.5m)

 Bron: KBVB